Waarom de zorg aparte regelingen heeft

Wie tientallen jaren in de zorg werkt, met onregelmatige diensten en fysiek belastend werk, haalt de AOW-leeftijd lang niet altijd gezond werkend. Daarom zijn er in de zorg — net als in de bouw en het vervoer — afspraken gemaakt om de laatste jaren vóór de AOW eerder te kunnen stoppen of af te bouwen. De belangrijkste routes op een rij.

Route 1: de RVU-regeling voor zwaar werk

De RVU (Regeling Vervroegde Uittreding) maakt het mogelijk dat je werkgever je maximaal drie jaar vóór je AOW-leeftijd een maandelijkse uitkering meegeeft zonder dat daar een strafheffing overheen komt. Het vrijgestelde bedrag ligt rond het niveau van de bruto AOW-uitkering en wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. De regeling zou eind 2025 aflopen, maar is verlengd voor de jaren daarna.

Belangrijk om te weten:

  • Het is geen individueel recht: je werkgever moet meewerken, en in veel zorg-cao's is afgesproken wie ervoor in aanmerking komt (vaak op basis van dienstjaren en zwaarte van de functie).
  • De RVU-uitkering dekt een basis, ongeveer AOW-niveau. Wil je meer te besteden hebben, dan vul je aan uit spaargeld of door je pensioen te vervroegen.
  • Check je eigen cao (VVT, ziekenhuizen, gehandicaptenzorg, GGZ) of vraag je HR-afdeling naar de actuele voorwaarden — die verschillen per branche en veranderen per cao-ronde.

Route 2: generatieregeling — minder werken, meer overhouden

Veel zorginstellingen kennen een generatieregeling volgens het principe minder werken tegen gedeeltelijk doorbetaald loon met volledige pensioenopbouw (bijvoorbeeld 80 procent werken, 90 procent salaris, 100 procent pensioenopbouw). Je stopt dan niet eerder, maar je bouwt af zonder je pensioen te raken. Voor veel zorgmedewerkers is dit de realistischste eerste stap; wat een dag minder werken netto kost, reken je uit op minderwerkenberekenen.nl.

Route 3: je zorgpensioen vervroegen

Werk je in de zorg, dan bouw je vrijwel zeker pensioen op bij een zorgpensioenfonds. Dat ouderdomspensioen kun je meestal eerder in laten gaan dan je AOW-leeftijd, vaak al jaren eerder. De prijs: elk jaar vervroegen verlaagt je uitkering levenslang met grofweg 6 tot 8 procent. In combinatie met een hoog-laagconstructie (eerst hoger, na AOW lager) kun je zo de jaren tot je AOW deels zelf financieren. Vraag bij je pensioenfonds een berekening op voordat je iets vastlegt — vervroegen draai je niet terug.

Rekenvoorbeeld: verpleegkundige, stoppen op 64

Stel: geboren in 1964, AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden, stoppen op je 64e, netto behoefte €2.300 per maand. De overbrugging is dan 3 jaar en 3 maanden = 39 maanden × €2.300 ≈ €89.700.

  • Komt er een RVU-uitkering van je werkgever (rond AOW-niveau, drie jaar lang), dan dekt die het grootste deel van de basisbehoefte; jouw eigen aanvulling zakt dan al snel naar enkele honderden euro's per maand.
  • Zonder RVU maar mét pensioen vervroegen: een deel van de €89.700 komt uit de vervroegde uitkering, de rest uit spaargeld.
  • Zonder beide: het volledige bedrag komt uit eigen vermogen — dan telt elke maand die je eerder begint met sparen.

Gebruik de calculator om jouw eigen variant door te rekenen; de uitkomst verschuift flink met je geboortejaar en maandbehoefte.

Praktische volgorde

  1. Check je cao en vraag HR naar RVU- en generatieafspraken.
  2. Vraag je pensioenfonds wat vervroegen kost en wat je pensioen daarna nog is.
  3. Bereken je overbrugging en eventuele eigen aanvulling met de calculator.
  4. Beslis pas daarna over ontslag of afbouw — de volgorde andersom kost geld.

Hoeveel moet jij zelf bijleggen?

Bereken je overbrugging tot de AOW in één minuut.

Naar de calculator